Nikolaus

  • Nikolaus

In de nacht van 5 op 6 december slapen de kinderen in Duitsland altijd slecht. Dat komt omdat ze opgewonden zijn, want die nacht krijgen ze bezoek van Nikolaus.

Nikolaus is al een hele oude man. Hij draagt een lange witte baart en een bisschopsmantel die meestal rood van kleur is. Daarnaast draagt hij een bisschopsmuts en een bisschopsstaf. Zijn helper, knecht Ruprecht, draagt een bruine pij.

Op de avond van 5 december poetsen alle kinderen in Duitsland hun schoenen of laarzen extra mooi. Dan plaatsen ze die bij de deur. Zodra de kinderen de volgende morgen wakker worden, gaan ze naar beneden en kijken of de Nikolaus langs is gekomen. Als ze lief en braaf zijn geweest, heeft Nikolaus een kleine cadeautje meegebracht en ook snoepjes, noten en mandarijntjes.

Maar Nikolaus komt niet altijd stilletjes voorbij. In sommige regio’s komt hij al op 5 december ’s avonds, in andere regio’s pas op 6 december. Dan komt hij met zijn helper, knecht Ruprecht. Die draagt de roede bij zich en geeft Nikolaus het gouden boek. In dit boek staan de namen van alle kinderen. Zo weet Nikolaus of een kind heel erg braaf is geweest of juist niet.

De brave kinderen krijgen van een cadeautje, de stoute kinderen krijgen van knecht Ruprecht met de roede.